Archives for ADR veiligheidsadviseur

Ketenaansprakelijkheid in het ADR vervoer

Regelmatig wordt ons als ADR veiligheidsadviseur de vraag gesteld wie verantwoordelijk is binnen de keten van het ADR gevaarlijke stoffen vervoer. Bij deze een korte beschouwing op de functie van afzender, de vervoerder en de belader.

In het ADR zijn functieomschrijvingen opgenomen, waaronder die van afzender. Een afzender heeft als taak de te vervoeren stoffen in te delen, te verpakken en etiketteren.  Hij informeert de vervoerder over de lading door informatie hierover te verschaffen in een vervoersdocument. Dat opmaken van het vervoersdocument mag hij uitbesteden aan de vervoerder, maar moet dan nog steeds wel waarborgen dat het vervoersdocument wordt opgemaakt. Dit doet hij door controle uit te oefenen.

Uit artikel 8:190 Burgerlijk wetboek blijkt dat de afzender de contractuele wederpartij van de vervoerder is. Als afzender is het zeer raadzaam om een overeenkomst met de contractpartijen op te stellen. In deze overeenkomst is het daarbij raadzaam een verwijziging naar de vervoersverplichtingen op te nemen, duidelijk aan te geven wie waarvoor verantwoorderlijk is en vrij te waren voor aansprakelijkheden van derden. In het zeevervoer kan de definitie van afzender overigens afwijken van die van het ADR. In het zeevervoer wordt onder afzender verstaan: diegene die de zending gereed maakt voor het vervoer

Ook de beladersfunctie is niet altijd duidelijk. Wie is nu verantwoordelijk. Wie belader is daar zegt het ADR niets over. Ook de vervoerswetging zegt niet wie er verantwoordelijk is voor het laden, het zekeren en het lossen. Alleen in het AVC is vastgelegd dat de afzender zal laden, stuwen en lossen tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. Bij het laden en lossen is het daarom raadzaam om een dudelijke laad- en losprocedure in ‘place’ te hebben, naast een duidelijke calamiteitenprocedure.

Meer informatie? Raadpleeg onze ADR veiligheidsadviseur gevaarlijke stoffen.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

Vervoer van beschadigde lithium batterijen

Multilaterale Overeenkomst M292, Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Op grond van randnummer 1.5.1 van Bijlage A van het ADR betreffende het vervoer van beschadigde lithium batterijen conform goedgekeurde voorwaarden van de bevoegde autoriteit voor bijzondere bepaling 376

  • 1. In afwijking van debepalingen van hoofdstuk 3.3 van het ADR, mogen cellen of batterijen met lithiumionen en metallisch lithium bevattende cellen of batterijen die zijn aangemerkt als dermate beschadigd of defect volgens bijzondere bepaling 376 dat zij niet meer overeenstemmen met het type dat is beproefd conform de van toepassing zijnde bepalingen van het Handboek beproevingen en criteria en die onder normale vervoersomstandigheden snel uiteen kunnen vallen, gevaarlijke reacties met andere stoffen kunnen aangaan of een vlam dan wel een gevaarlijke hitte-ontwikkeling of een gevaarlijke uitstoot van giftige, bijtende of brandbare gassen of dampen kunnen veroorzaken, niet worden vervoerd, behalve onder de voorwaarden zoals die zijn uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van een Overeenkomst-sluitende Partij van het ADR; deze bevoegde autoriteit kan ook een goedkeuring erkennen die door de bevoegde autoriteit is afgegeven van een land dat niet een Overeenkomstsluitende Partij van het ADR is, op voorwaarde dat deze goedkeuring in overeenstemming is met de toepasselijke procedures in het kader van ADR, de IMDG Code of de Technische Instructies van de ICAO.

  • 2. Deze Overeenkomst is geldig tot en met 31 december 2016 en is van toepassing op het vervoer op het grondgebied van alle Overeenkomstsluitende Partijen van het ADR, die deze Multilaterale Overeenkomst hebben ondertekend. Indien deze Overeenkomst wordt ingetrokken door een van de ondertekenaars, dan blijft deze tot de aangegeven datum van kracht voor het vervoer op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen van het ADR die de Overeenkomst* niet hebben ingetrokken.

* Deze overeenkomst is geïnitieerd en ondertekend door Duitsland op 3 december 2015 en mede ondertekend door Nederland op 26 mei 2016.

Voor advies met betrekking tot lithium batterijen raadpleegt u een ADR veiligheidsadviseur

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

Naast LQ etiket ook CLP etiketten

Regelmatig krijgen we vragen over het LQ etiket (gelimiteerde hoeveelheden of ook wel Limited quantities) op verpakken. De vraag concentreert zich dan met name of er dan ook geen CLP etiket op de verpakking moet.

Binnen de logistieke keten hanteren we in de opslag de ADR etikettering. Daar is een aantal jaren geleden binnen de PGS15 voor gekozen. We moeten echter niet vergeten dat we naast de vervoersregelgeving tevens te maken hebben met de Arbo voorschriften. Je moet je medewerkers tenminste informeren over de gevaren van de stoffen en aan de hand van het LQ etiket gaat dat niet lukken.

Volgens het Arbobesluit 4.6 en 4.7 moet je bij een calamiteit direct kunnen ingrijpen. Dat verplicht niet tot het etiketteren van alle transportverpakkingen, maar wel tot het inzichtelijk maken van gevaren. Dat kan door de pallet te etiketteren met GHS/ CLP etiketten of door een hele rij te markeren met een bord. Het beste is natuurlijk om het produktlabel met de CLP etiketten ook op de transportverpakking aan te brengen. Het arbeidsomstandighedenbesluit geeft in Artikel 4.1d aan dat in het geval van opslag van gevaarlijke stoffen in grotere hoeveelheden in speciale opslagruimten aan de eis wordt voldaan als de verplicte aanduidingen voor meerdere identieke verpakkingen dmv van één etiketafdruk opvallend en goed leesbaar zijn aangebracht. De aanduidingen zijn zodanig aangebracht dat voor elke afzonderlijk opgeslagen verpakking te allen tijde ter plekke duidelijk is dat de aanduidingen van toepassing zijn.

De ADR veiligheidsadviseurs van ons kunnen u bijstaan in uw vragen over de etikettering van verpakkingen. Heeft u al een ADR veiligheidsadviseur? Wij zijn u graag van dienst.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather